Simpel

In mijn jeugd werd iemand met een beperking vaak een ‘ongelukkig kind’ genoemd.
En iemand met een verstandelijke beperking werd weggezet als ‘simpel’.
Beschamend, maar in de jaren ’60 viel niemand daar kennelijk over.
Afgelopen donderdag werd in het stadhuis een verkiezingsdebat over Zorg gehouden.
Politici kregen vragen van een panel dat gevormd werd door de doelgroep zelf: mensen met een (verstandelijke) beperking.
Dat G-panel kwam met goede vragen, die om simpele antwoorden vroegen.
Maar die kwamen er niet.
Ook al smeekten de deelnemers, bijvoorbeeld via Twitter, bij de politici om niet zoveel moeilijke woorden te gebruiken: het was aan dovemansoren gericht.
Bijna alle politici verscholen zich in lange antwoorden, kennelijk in de veronderstelling dat je lang aan het woord moet blijven om uitgebreid je punt te maken.
Ook al zat de doelgroep pal voor hun neus.
Als de politici zich al niet kunnen inleven in deze doelgroep, zal dat helemaal gelden voor de kiezer die niet – ahum – ‘simpel’ is.
Kijk maar naar reclamemakers, die weten het als geen ander: hou het kort. Dat maakt de boodschap krachtiger.
Donderdagavond begreep ik dat het woord ‘simpel’ geen beschamend woord is.
Het is een heel groot compliment.